Labogids

Totaal testosteron : klinische info

Testosteron is een steroïdhormoon met androgene werking.

De concentratie is afhankelijk van leeftijd en geslacht. Tijdens de prepuberteit is perifere conversie uit androsteendion de belangrijkste bron. Bij de volwassen man is testosteron vooral afkomstig uit de testes (95%). Bij vrouwen is 50 - 60% afkomstig van perifere conversie van androsteendion, 20% uit de bijniercortex en 25% uit de ovariën.

Testosteron circuleert gebonden aan TeBG (Testosteron Bindend Globuline, synoniem: SHBG of Sex Hormone Binding Globulin), aan albumine en in mindere mate aan transcortine (synoniem: Cortisol Binding Globulin of CBG).

Eigenschappen: geslachtsdifferentiatie, ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken, regeling van de LH-secretie en spermatogenese.

Indicaties: hirsutisme/virilisatie, seksuele ambiguïteit, pubertas praecox, pubertas tarda, seksuele stoornissen bij de man, tumoren van ovarium en testes, infertiliteit.

Staalname: wegens het diurnaal ritme wordt de bloedafname best steeds rond hetzelfde tijdstip en liefst voor 10 uur 's morgens uitgevoerd.

Diverse farmaca beïnvloeden de testosteron concentratie: gonadotrofinen, ACTH, clomifeen, corticoïden, geslachtshormonen, danazol, spironolacton en cyproteron.

Testosteronstijging komt voor bij pubertas praecox bij de jongen, congenitale bijnierhyperplasie, ziekte van Cushing, syndroom van Cushing door ectopische ACTH-productie, tumoren van ovarium, bijnier of testes, ovariële cysten, roken, gebruik van clomifeen, orale contraceptie, oestrogenen, gonadotrofinen, ACTH en anticonvulsiva.

Testosterondaling bij de man komt voor bij pubertas tarda, hypogonadisme, malnutritie, nierinsufficiëntie, chronische ziekten, langdurig vasten, alcoholisme en gebruik van volgende farmaca: androgenen, digoxine, glucocorticoïden, spironolacton, cyproteron en danazol.

Tussen de leeftijd van 25 en 75 jaar daalt de testosteronconcentratie bij de man met ongeveer 30%.