Labogids

P.T. (Quick) : klinische info

Bij elke aanvraag voor een PT-bepaling wordt automatisch een INR berekend gebaseerd op het PT-resultaat. Het voordeel van de INR is dat de interlaboratoire verschillen sterk gereduceerd worden. Gezonde patiënten die geen coumarineanticoagulantia innemen, hebben een PT = 100% en een INR = 1. Inname van orale anticoagulantia leidt tot een daling van het PT percentage en een stijging van de INR.

Toepassingen PT/INR:

  • screening, in combinatie met APTT en fibrinogeen, op stollingsdefecten. Een geïsoleerde verlengde PT kan wijzen op een tekort aan factor VII;
  • monitoring van orale anticoagulantia therapie;
  • evaluatie van de synthesecapaciteit van de lever;
  • onderzoek bij trombose of bloedingen: diffuse intravasale stolling, lupus anticoagulans, nieraandoeningen…

Antitrombotische behandeling: indicaties en praktische problemen. In de Folia Pharmacotherapeutica van feb 2004 wordt de therapie toegelicht bij diepe veneuze trombose, onstabiele angor, perifere arteriopathie, kleplijden, klepprothesen, voorkamerfibrillatie en acuut ischemisch cerebrovasculair accident. Verder wordt besproken: opstarten van anticoagulantia, de toepassing bij zwangeren en bejaarden, onderbreken van therapie bij chirurgische en tandheelkundige ingrepen, hoe reageren op een te sterke antistolling.

Behandeling en preventie van diepe veneuze trombose: een update. Toelichting bij het gebruik van heparines en coumarine anticoagulantia en de behandelingsduur vindt u in de Folia van september 2005 en januari 2008.

Invloed van geneesmiddelen op het effect van de coumarineanticoagulantia: zie gecommentariëerd geneesmiddelenrepertorium, hoofdstuk antitrombotische middelen.

Opmerking i.v.m. de preanalytische fase: het is belangrijk de citraattube te vullen tot aan de merkstreep en de tube na bloedafname bij kamertemperatuur te bewaren; de houdbaarheid bedraagt maximaal 24u.