Labogids

Phenobarbital : klinische info

Fenobarbital.

Fenobarbital behoort tot de groep van de langwerkende barbituraten. De therapeutische plasmaconcentraties kunnen individueel zeer verschillend zijn. De plasmapiek wordt bereikt 1-2h na orale inname. Het product dringt door de placentaire barrière en wordt in de moedermelk uitgescheiden. De metabolisatie gebeurt voor 75% in de lever. De resterende 25% wordt onveranderd door de nieren uitgescheiden.

Bijwerkingen: Sedatie, ataxie, diplopie, osteomalacie door onvoldoende calcium- en fosforopname, megaloblastaire anemie door foliumzuurtekort, psychische en fysieke afhankelijkheid, ongunstig effect op gedrag en cognitie, ontwenningssyndroom, leverteststoornissen…

Fenobarbital is een enzyminductor. Vermindering van de effecten van orale contraceptie, sommige benzodiazepinen, sommige antihypertensiva, sommige antiaritmica, fenothiazines, clozapine, orale anticoagulantia, cyclosporine, tacrolimus, corticoïden, bètablokkers, lamotrigine, indinavir, saquinavir, doxycycline, itraconazol, losartan, metronidazol, paroxetine, fenylbutazon, teniposide, sommige neuroleptica, schikdklierhormonen.

De fenobarbitalspiegel of het -effect dalen bij gelijktijdig gebruik van cholestyramine, hoge dosissen foliumzuur, rifampicine, valproïnezuur, alcohol (chronisch).

De fenobarbitalspiegel of het -effect stijgen bij gelijktijdig gebruik van interferon, griepvaccin, MAOI's, fenytoïnetoevoeging, alcohol.

Toxiciteit: Obnubilatie, verwardheid, delirium, coma.

Bloedafname: Ten gevolge van de lange halfwaardetijd speelt het tijdstip geen grote rol, doch s'ochtends net voor de volgende inname, zoals toegepast voor andere anti-epileptica en farmaca in het algemeen, vormt een standaardmogelijkheid.

Wegens interferentie met calcium-, fosfor-, foliumzuur- en vitamine-D-metabolisme en inductie van leverteststoornissen kan monitoring van deze parameters aangewezen zijn. Omwille van het toegenomen katabolisme van schildklierhormonen is het nuttig de hormoonspiegels te monitoren bij patiënten die substitutie krijgen met schildklierhormonen.