Labogids

Influenza A/H1N1 PCR : klinische info

De Influenzavirussen type A en B zijn de oorzaak van influenza of griep. Ze behoren tot de RNA-familie van de Orthomyxoviridae. Het viruscapside wordt omsloten door een lipidemembraan met daarop de ‘spike-eiwitten' hemagglutinine (H) en neuraminidase (N). De capside-eiwitten bepalen het type (A of B).

De griepvirussen zijn de oorzaak van grote epidemies tijdens de winterperiode. Ze worden van mens tot mens voornamelijk overgedragen via aërogene druppelinfectie.

De incubatieduur is kort, 1 tot 2 dagen, soms oplopend tot 4 dagen.

Het virus hecht zich via speciale receptoren aan de cellen van het respiratoire epitheel van neus, farynx, larynx, trachea en bronchiën, dringt erdoorheen en vermenigvuldigt zich hierin. De besmette cellen sterven wat leidt tot beschadiging van het respiratoir epitheel, vooral het trilhaarepitheel.

In ongeveer de helft van de gevallen verloopt de infectie subklinisch. Bij een symptomatische infectie ontwikkelt zich het typisch griepbeeld bestaande uit plotse koorts oplopend tot 39°C, hoesten, keelpijn, neusverkoudheid, niezen, vermoeidheid en myalgie.

Meestal is een ongecompliceerde influenza zelfbeperkend en treedt binnen 1 tot 3 weken volledig herstel op. De belangrijkste en meest voorkomende complicaties zijn secundaire bacteriële infecties.

Opsporen van het Influenza-A- en -B-virus-RNA is aangewezen bij patiënten waar het klinisch vermoeden van griep bevestigd hoeft te worden bijvoorbeeld om onnodige antibioticumtherapie te vermijden.