Labogids

cultuur faeces : klinische info

DIARREE

Dit is een veelvoorkomende klacht in de huisartsenpraktijk.

De oorzaak bij kinderen is veelal viraal (vnl. rota- of norovirus bij kinderen < 5j), terwijl bij volwassenen meer bacteriële infecties (vooral Campylobacter jejuni) en parasitaire infecties (vooral Giardia lamblia) worden gezien, naast norovirus (vnl. in het kader van outbreaks).Parasitaire infecties kennen frequenter een langere ziekteduur, terwijl virale/bacteriële infecties vaak minder dan een week klachten veroorzaken. Therapie bestaat uit rehydratatie, loperamide (Immodium) (CAVE: niet geven bij duidelijke dysenterie) of AB-therapie. Differentiaal diagnosis van een infectieuze oorzaak is een voedselvergifting, die ZEER snel ontstaat na voedselinname (1-6u), ten gevolge van verontreiniging met chemicaliën of toxines van microbiologische oorsprong (Staphylococcus aureus / Bacillus cereus / Clostridium perfringens type A).

Via een faeceskweek kan de eventuele bacteriële verwekker opgespoord worden, alsook (indien geïndiceerd) een meer gerichte antibioticabehandeling ingesteld worden. Onderstaande organismen (rangschikking in functie van dalend voorkomen) worden opgespoord:

  • CAMPYLOBACTER (62%)
    • Het betreft 11 species, waarvan er 6 pathogeen zijn voor de mens (vnl. C.jejuni).
    • Ziekte wordt veroorzaakt door penetratie enterocyten in het terminale ileum en colon. Besmetting gebeurt na het eten van besmet voedsel (kip, rund, varken, schaap,..) of nauw contact met dieren.
    • Incubatietijd is 1-7 dagen waarna een mild tot zeer ernstig ziektebeeld van koorts, bloederige diarree en dysenterie (hevige buikkrampen).
    • Spontane resolutie zonder therapie na 7 dagen met evt. extra-enterale complicaties zoals guillain-barrésyndroom. Enkel AB bij ernstige gevallen met afweerstoornissen --> azitromycine.
  • SALMONELLA (15%)
    • Het betreft 1 species, lid van de familie van enterbacteriaceae (nl. S.enterica) met vele serotypes. Het is belangrijk een verschil te maken tussen de serotypes typhi, paratyphi (type A en B) en de andere salmonellosen.
    • Analoog aan campylobacter zullen de enterocyten van het terminale ileum en colon geïnvadeerd worden met mogelijks (vnl. typhi en paratyphi) een verdere invasie naar de bloedbaan. Bijkomend zal het organisme een enterotoxine en cytotoxine produceren die het ontstaan van diarree zal faciliteren.
    • Het betreft bijna altijd voedselinfecties (kip/varken) met een korte incubatietijd (8-48h).
    • Kliniek varieert van hoofdpijn, buikpijn, koorts en braken met uiteindelijk diarree tot sepsis met metastatische laesies (sikkelcelanemie, immunodepressie, splenectomie). Normaliter is de ziekte zelflimiterend met spontane resolutie na 3d, maar kan in zeldzame ernstige gevallen aanhouden (AB-therapie met azitromycine gewenst, tot wel 14d bij metastatische letsels en/of aantasting protheses).
ESCHERICHIA COLI (9%) SHIGELLA Analoog verhaal aan Salmonella. Shigella zal niet doorbreken naar de bloedbaan, maar produceert wel een toxine met enterotoxische, cytotoxische en neurotoxische eigenschappen. Het komt vaker voor in de (sub)tropische landen. Besmetting gebeurt via faeco-orale transmissie (mens is enige gastheer). Complicaties van infecties zijn reactieve artritis, het syndroom van Reiter en het hemolytisch uremisch syndroom (HUS). Zo nodig kan Cotrimoxazole 3d als behandeling gegeven worden. Bron: 'Microbiologie en Infectieziekten' Hoepelman E.A., Bohn Stafleu van Loghum 3e herziene druk 2011